Sangiovese en de Toscaanse idylle

Sangiovese Toscane Italie

Het is toeristenbestemming numero uno in Italië: wijngaart toscanede golvende heuvels van Toscane, waar kunst, cultuur, natuur en culinaire genoegens je om iedere bocht van de slingerende landweg tegemoet lachen. Oude steden, pittoreske burchten, romantische landhuizen, kaarsrechte cipressen, rijen en rijen met wijnstokken: het landschap is er een zonnig plaatje, en de wereld weet dat je er heerlijk kan eten en drinken.

Toscaanse idylle
Onderdeel van de Toscaanse idylle zijn de prachtige wijnen, vooral de beroemde namen als Chianti, Montepulciano, Brunello. Wat deze rode wijnen gemeen hebben, is onder andere het druivenras, Sangiovese. Maar wist je dat de waardering voor deze wijnen van Sangiovese nog maar zeer recent is, ondanks de legendarische verklaring die er soms aan de naam van het druivenras wordt gegeven? Sangiovese, sanguis Jovis … het bloed van Jupiter, de Romeinse oppergod. Nu, één ding is zeker: de Romeinen kenden deze wijnen zeker nog niet. Zij dronken vooral krachtige zoete wijnen uit Campanië, afkomstig van vulkanische bodems. Hun grand cru’s werden bovendien aangelengd met water, want pure wijn was voor de barbaren! Sangiovese zoals wij dat nu kennen is eigenlijk pas een jaartje of vijftig oud.

Druivenranken in de bomen
Tot de Tweede Wereldoorlog bestond de wijnbouw er hoofdzakelijk uit kleine keuterboertjes, contadini, die hun eigen wijn maakten of hoogstens naar de stad brachten in traditionele mandflessen, de fiasci. De wijnen waren bitter en zoet tegelijk, krachtig, inktzwart en werden geschonken bij de boerenmaaltijd. De wijngaardjes waren klein en werden afgewisseld met andere gewassen. Druivenranken groeiden in de bomen, zodat er op de grond ruimte was voor groente en bonen.

Veranderingen
Totdat er mensen met nieuw geld, van buiten de streek naar Toscane kwamen. Mét dit nieuwe geld kwam er een andere mentaliteit naar de streek. Opener, meer gericht naar buiten, naar het buitenland. Vervolgens ontdekte men de mogelijkheden van de eigen streek, maar ook de fouten die in het verleden gemaakt werden. Daarop volgden tal van verbeteringen en aanpassingen.

De eerste grote wijnen van het lokale druivenras Sangiovese ontstonden vooral in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Men ging werken met nieuwe klonen, nieuwe wortelstokken, nieuwe systemen voor geleiding. Wijngaarden werden keurig netjes aangelegd op geschikte hellingen, niet meer op het achtererf in de bomen, en schiepen zo mede het landschap dat wij nu als typisch Toscaans kennen. Vorig jaar sprak ik wijnmaker Marco Pallanti hierover, ooit voorzitter van het Chianti-consortium. Hij zei letterlijk: ‘Als je door Chianti reist nu, is het landschap compleet anders dan in de jaren ’80. Het is nu veel mooier! De laatste aanplant die ik heb gedaan is bijvoorbeeld zonder betonnen palen; we hebben eikenhout gebruikt, dat staat een stuk fraaier. ‘ En dat is slechts één van de vele kleine aanpassingen die het landschap in Toscane de laatste decennia heeft ondergaan.

Als je volgende keer een mooie Chianti schenkt, of een van de andere toppers van Sangiovese, denk dan ook even aan het landschap. De wijn die je drinkt heeft er mede voor gezorgd dat Toscane in de 21ste eeuw de droombestemming van veel (wijn)toeristen is!

Meer over Sangiovese lees je hier.